Peter de Smet bezorgde honderdduizenden Nederlandse lezers vele uurtjes plezier met zijn Hendrik Groenboeken over de lotgevallen in een bejaardenhuis. Melig, braaf; een schot in de Nederlandse roos. De Poolse schrijver Zyta Rudzka koos voor eenzelfde entourage, maar geeft een ander beeld van hoe het daar kan toegaan.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden de twaalfjarige Czechna en haar een jaar oudere zusje Leokadia naar Auschwitz afgevoerd. Het is inmiddels bekend wat het lot van de Joden is en dat bepaalde groepen worden ‘uitverkoren’ voor medische experimenten. Zo zou nazi-officier en genetisch wetenschapper Josef Mengele geïnteresseerd zijn in Romakinderen, dwergen en tweelingen. Om hun kans op overleven te vergroten, laat vader zijn dochters dan ook als tweeling registreren. Mengele is onder de indruk van de mooie, trotse Czechna. Hij krijgt Leokadia erbij. Dit kampgegeven is een mager element in deze bijzondere roman. Veeleer gaat het boek over de alledaagse gang van zaken in het bejaardenhuis.
Mensen van verschillend allooi slijten hun dagen, in bepaalde gevallen letterlijk, in een Pools bejaardenhuis. Een ding hebben de bewoners gemeen: zij verkeerden voordien in zekere welstand. Het is dan ook een voorrecht om juist hier te zijn ondergebracht. Vooral heerst er echter de verveling, de ergernissen aan elkaar. Regelmatig komt begrafenisondernemer De Kus van Eden langs. De grote angst van de bewoners is dat zij worden verscheept naar het huisje aan het meer. Volgens de overlevering word je daarheen overgeplaatst als je te ziek bent of te veel ongemak veroorzaakt.
De directeur en het personeel hebben weinig op met hun ‘patiënten’. Zo maakt de directeur zijn rondje in de recreatiekamer en spreekt de mensen toe:
“Wat ik vandaag toch heb gehoord van de dokter.
Begon hij.
U hebt eindelijk uw prostaat opgekweekt. En dat omdat u waarschijnlijk al twintig jaar geen gemeenschap hebt gehad. Hè? Misschien heb ik het mis […]”
In deze letterlijk weergegeven scène zit direct een punt van irritatie. Het is een keuze aanhalingstekens in een dialoog achterwege te laten, maar om nu ‘Begon hij.’ als aparte zin op een nieuwe regel te zetten? Gezien de veelvuldige dialogen blijft dat terugkeren. Een ander punt van kritiek: waarom de gekste synoniemen verzinnen voor ‘zei hij’? Adviseerde hij, bekende, beval, bevestigde, fluisterde, gakte, ging akkoord, grinnikte, kraste, kreunde, kwetterde, kwinkeleerde, merkte op, mompelde, opperde, piepte, siste, sprak, teemde, troostte, verklaarde, verkondigde, voegde toe, et cetera. Vanzelfsprekend zijn sommige synoniemen functioneel, maar negen van de tien keer is het geforceerd, een krampachtige poging het woord ‘zei’ te omzeilen. En toch…
En toch is Het oogappeltje van dokter Josef een sterke roman. De lezer maakt kennis met Czechna (“Voor u zit, mijn beste, miss Auschwitz”; “Dokter Josef, zo’n mooie man.”), de verzorgde weduwe, altijd op en top gekleed, maar chronisch ontevreden omdat zij haar dagen moet slijten tussen “boerenpummels”. Hoe anders is Leolka, haar een jaar oudere zus die geniet van de bottende bomen, van het lieveheersbeestje in haar schoot, van de verleende zorg die zij als liefdevol ervaart. Voormalig diplomaat in Afrika, Henoch (“Ik ben rijk!”), heeft stiekem een oogje op Czechna. We maken kennis met Szymon, voormalig boekhouder; met fysicus Leon, die alles relativeert en wiens enige zorg zijn palm is; met Miron (“Piefpoefpaf, lig je in je graf”), de sarcast. Ook mevrouw Benia (“Wilt u gecremeerd worden of begraven?”) mag niet onvermeld blijven.
Rudzka slaagt erin de uitzichtloosheid van deze mensen aan het einde van hun leven te tonen, van het vergeefs wachten op bezoek, het verplicht samenzijn met mensen die je anders zou mijden. De gesprekken of losse zinnen die steeds worden herhaald, keer op keer. De onderlinge pesterijen. De angst voor de dood, dat mensen willekeurig beslissingen over je kunnen nemen. Rudzka is erin geslaagd in het hoofd te kruipen van de mensen die zijn weggestopt, omdat ze lastig werden om voor te zorgen, omdat het een financieel voordeeltje kan opleveren, omdat je hen eigenlijk al zo lang zat bent. In die zin is Het oogappeltje van dokter Josef, een volstrekte tegenpool van Hendrik Groen en kornuiten. Stilistisch was een andere opzet wellicht prettiger geweest, al is dat natuurlijk persoonlijk. Het verhaal overwint de irritatie met verve!
