Een vijftigjarige ontvangt een bericht van het ‘meisje’ van zijn tienerdromen. Een meisje dat ooit naar zijn eerste expositie kwam, het meisje dat hem toen niet zag staan. Een meisje dat in die tijd een relatie had met Hugo, de corpsbal van de klas. Het meisje dat hem bij die gelegenheid innig zoende om daarna uit zijn leven te verdwijnen.
Jasper woont in Amara, een villa met een groot park, een landgoed. Samen met zijn broer Walter beheert hij het. Het huis hangt vol met kunst. Grootmoeder was een bekende van Klimt, Mahler, Toorop. Dankzij haar verdiept Jasper zich in de kunsten, ontwikkelt hij zijn (teken)talent. Meer dan docent op een middelbare school, een docent die door collega’s wordt geminacht (“tekenen is toch geen serieus vak, het telt niet mee voor het examen”), weet hij niet te bereiken. En toch blijft hij schilderen. Hij had een diepe relatie met omi, werd aangestoken door haar “Al Omme, de anima mundi – de ziel van de wereld. […] de goddelijke vonk in alles”. Het antroposofische gedachtegoed van omi vormt een bepalende rol in zijn leven. En dan neemt de liefde van zijn jonge leven, Madeleine, ineens contact met hem op.
Jasper, in goede harmonie gescheiden van Sylvia, is overdonderd. Madeleine bezoekt hem, er ontstaat een vurige relatie, ook al is zij nog steeds met haar Hugo van wie zij nog altijd houdt. Met wie zij twee kinderen heeft. Madeleine, in doodsstrijd.
“Trouw is een dans op lemen voeten, een evenwicht tussen vasthouden en loslaten. […] Ze hield van hem als een weduwe van een dode.”
“Niet te bevatten, toch? Er wordt me echt iets afgenomen, Jas, mijn borsten.”
Madeleine heeft borstkanker. Af en toe bezoekt zij Jasper op Amare. Samen maken zij wandelingen op het landgoed, genieten van het koele water in de vijver, van de reeën die zich bij schemering aan het water komen laven. Ook nadat het onvermijdelijke plaatsvindt, Madeleines borsten worden geamputeerd, blijft lust allesbepalend, zelfs nadat zij haar Hugo over haar minnaar heeft ingelicht. Je voelt het aankomen, de ziekte wordt haar fataal. En wat rest voor de minnaar? Hij dient een stapje terug te doen. Het verdriet, het rouwen, over te laten aan Hugo en hun beider kinderen.
“Opvallend hoe zijn grootmoeder aanwezig was de laatste dagen.”
Omi, grootmoeder, speelt door het gehele boek een grote rol. Zelfs zou je haar kunnen bestempelen als de protagonist van deze erotische roman. Dat laatste had wat minder gemogen. Al dat gelik en gelebber staat op een gegeven moment tegen. Dat neemt niet weg dat Steman weer een prachtige roman heeft geschreven.
