In december 1994 vertrekt violist Karl – het alter ego van de auteur – naar Japan waar hij zes weken zal optreden in themapark Huis ten Bosch in Nagasaki. Zijn enige metgezel is De Straathond, zijn oude gammele viool. Karls moeder, die in een jappenkamp heeft gezeten, gruwt ervan.
“Karls automatische piloot stuurt hem, soms rakelings langs de afgrond, door de verschillende lastige passages. Zijn vibrato is zo breed, dat valse tonen erdoor verbloemd worden, maar het klinkt goed en hij heeft er lol in.”
Karl verblijft in een plaatsje vlakbij Nagasaki. Niemand spreekt er een woord Engels, op een enkele uitzondering na. Bijvoorbeeld de beschaafde mijnheer Kawamura, wijnhandelaar en ooit bewaker in een jappenkamp. En hij ontmoet Theo, een Nederlandse professor in de japanologie. Met name mevrouw Ishida bevestigt zijn wantrouwen jegens vrouwen, terwijl de bekoorlijke Chiharu een snaar bij hem raakt. Ook de gesprekken met de heer Kawamura zijn een verademing, al brengt diens verleden een geladen sfeer met zich mee.
Karls grappen en grollen tijdens de optredens worden door het publiek gewaardeerd, zijn opdrachtgevers trekken echter hun wenkbrauwen op. Ook Karl zelf is zijn eigen fratsen op zeker moment beu. De routineuze tournee dwingt hem in een keurslijf dat hem niet past. Liefst zou hij terugkeren naar zijn gammele woonboot in Amsterdam.
“Weet je dat er een paar duizend Nederlandse woorden in het Japans opgenomen waren waarvan er zo’n honderdzestig nu nog steeds in de Japanse taal gebruikt worden?”
Sporadisch verweeft de auteur op ongekunstelde wijze dergelijke woorden en historische feitjes in de novelle. De Verzoening biedt meer dan enkele prettige leesuren en geeft een inkijkje in dat ooit zo prestigieuze Japanse attractiepark: Huis ten Bosch, compleet met windmolens, grachtenpanden en ander Nederlands historisch erfgoed. Een aanrader!
